Het somberste scenario dat het ministerie van Volkshuisvesting zelf voor de Wet betaalbare huur (WBH) had opgesteld, is binnen twee jaar al bijna werkelijkheid. Sinds de wet op 1 juli 2024 van kracht werd, zijn volgens Kadastercijfers per saldo 76.471 woningen uit de private huurmarkt verdwenen. In het tweede kwartaal van 2026 werden opnieuw 9.930 huurwoningen verkocht – méér dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder. Ondanks de aangekondigde versoepelingen die de minister in april 2026 aankondigde, is de uitpondgolf niet afgenomen, maar juist versneld.
De wet van Hugo de Jonge moest het aanbod aan betaalbare middenhuur vergroten. Het tegendeel gebeurt. Verhuurdersorganisatie Vastgoed Belang omschrijft het middenhuuraanbod inmiddels als "praktisch non-existent". Wat vrijkomt, wordt verkocht of via een opknapbeurt naar het ongereguleerde segment getild. Juist de woningzoekende met een middeninkomen kan nergens meer terecht.
Samen met het verbod op tijdelijke huurcontracten, het verhoogde box 3-tarief en de gestegen overdrachtsbelasting, zorgt de WBH ervoor dat verhuren volstrekt onrendabel wordt, waardoor de huurmarkt in rap tempo verdwijnt.
FVD-Kamerlid Tom Russcher heeft daarom Kamervragen gesteld aan de minister van Volkshuisvesting. Hij vraagt de minister te erkennen dat de WBH zelf de prikkel creëert om woningen aan het middensegment te onttrekken, en of de minister bereid is de wet in zijn geheel in te trekken nu het rampscenario van het eigen ministerie al in zicht komt. En zo niet: bij welk percentage van dat scenario beschouwt de minister de wet dan wél als mislukt?
Voor FVD is het antwoord helder. Wonen wordt niet betaalbaar door prijzen te maximeren en markten te verstoren, maar door het aanbod te vergroten: meer bouwen, minder regels, lagere lasten. De Wet betaalbare huur moet van tafel.
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de aanhoudende uitpondgolf van huurwoningen.
- Bent u bekend met het bericht ‘Verkoopgolf huurwoningen gaat nog harder: “Zwartste scenario Hugo de Jonge komt nu al dichtbij”’?
- Kunt u bevestigen dat er in het tweede kwartaal van 2026 met 9.930 woningen méér is uitgepond dan in hetzelfde kwartaal een jaar eerder (9.870 woningen)?
- Kunt u bevestigen dat sinds de inwerkingtreding van de WBH op 1 juli 2024 per saldo 76.471 woningen uit de private huurmarkt zijn verdwenen?
- Indien de antwoorden op vraag 2 en 3 bevestigend luiden, wat zegt dit over de wenselijkheid van de WBH?
- Hoeveel middenhuurwoningen worden er op dit moment landelijk te huur aangeboden en hoe verhoudt dit aanbod zich tot het aanbod in de periode direct vóór de inwerkingtreding van de WBH op 1 juli 2024?
- Hoe verklaart u dat het aanbod aan middenhuurwoningen twee jaar na de invoering van een wet die dit aanbod juist moest vergroten door verhuurdersorganisatie Vastgoed Belang als praktisch non-existent wordt omschreven, waardoor juist woningzoekenden met een middeninkomen – de beoogde doelgroep van de WBH – nergens meer terechtkunnen?
- Erkent u dat de WBH zelf de prikkel creëert om woningen aan het middensegment te onttrekken, nu vrijkomende middenhuurwoningen doorgaans worden verkocht of via kwaliteitsverbeteringen naar het ongereguleerde segment worden getild, waarvoor geen maximumhuur geldt?
- Acht u een gezond en ruim aanbod op zowel de huur- als de koopmarkt wenselijk, en zo ja, hoe rijmt u dit met het in stand houden van een wet die het huuraanbod aantoonbaar doet krimpen zonder dat daar per saldo nieuwe woningen tegenover staan?
- Beschouwt u de WBH als een verstorende factor op de huurmarkt, en kunt u ditzelfde oordeel afzonderlijk geven over de Wet vaste huurcontracten, het verhoogde box 3-tarief en de verhoogde overdrachtsbelasting voor verhuurders, mede in het licht van hun cumulatieve effect op het rendement van woningverhuur?
- Erkent u dat de in april 2026 aangekondigde versoepelingen van de WBH kennelijk onvoldoende zijn om de uitpondgolf te keren, nu het uitpondtempo ook ná die aankondiging verder is toegenomen, en zo ja, welke conclusie verbindt u daaraan?
- Wat zeggen de nieuwste Kadastercijfers volgens u over de houdbaarheid van de WBH en bent u, nu zelfs het somberste scenario van uw eigen ministerie al binnen enkele jaren gerealiseerd dreigt te worden, bereid de wet in zijn geheel in te trekken?
- Indien u niet bereid bent de WBH in te trekken, kunt u dan aangeven bij welk percentage van uw eigen somberste uitpondscenario u de wet wél als mislukt beschouwt, nu 48 procent binnen twee jaar daartoe kennelijk onvoldoende is?
- Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en zo snel mogelijk beantwoorden?
