In een interview met The Guardian filosofeert minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening Boekholt-O'Sullivan (D66) over een herziening van de Nederlandse economie. Ze vergelijkt onze huidige bestedingspatronen met haar eigen ervaringen in het leger: "Toen ik in Afghanistan zat, had je één muntje om te douchen en één muntje om naar je thuis te bellen. (...) Ik zeg niet dat we ook hier muntjes moeten gebruiken, maar als samenleving zul je afspraken moeten maken omdat de voorraden niet eindeloos zijn."
Deze openlijk 'filosofische exercitie' is een frontale aanval op het dagelijks leven van miljoenen Nederlanders. Tom Russcher heeft Kamervragen gesteld over de beleidsimplicaties van hetgeen wordt gesuggereerd door de minister.
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de uitspraken van minister Boekholt-O’Sullivan in The Guardian inzake het aanpassen van het energie- en ruimtegebruik van Nederlandse burgers.
- Bent u bekend met uw eigen uitspraken in The Guardian van 23 maart 2026, waarin u het dagelijks energie- en ruimtegebruik van Nederlandse burgers ter discussie stelt en vergelijkingen trekt met rantsoenering tijdens militaire missies in Afghanistan?
- U verklaarde dat u in Afghanistan “een muntje kreeg voor de douche en een muntje om naar huis te bellen” en voegde toe dat burgers “afspraken moeten maken, want het aanbod is niet oneindig.” - welk concreet beleid vloeit uit deze uitspraak voort, en welke vormen van rantsoenering, tokensystemen, quota of verbruiksplafonds voor energie, water of andere nutsvoorzieningen worden door het kabinet overwogen of voorbereid?
- Kunt u uitleggen waarom de Nederlandse burger zijn gedrag zou moeten aanpassen - zoals de wasmachine ’s nachts aanzetten - terwijl het overbelaste elektriciteitsnet het gevolg is van geforceerde elektrificatie zonder adequate uitbreiding van de infrastructuur?
- Bestaan er binnen uw ministerie of het kabinet ambtelijke verkenningen, notities of scenariostudies over het beperken, reguleren of rantsoeneren van huishoudelijk energieverbruik, en bent u bereid deze naar de Kamer te sturen?
- Welke tijdsafhankelijke energiebeperkingen, dynamische afschakelmechanismen of op afstand bestuurbare apparatuur voor huishoudens worden door het kabinet overwogen, op welke wettelijke grondslag, en hoe zou de handhaving en controle daarvan eruitzien?
- Op basis van welke norm of maatstaf concludeert u dat de gemiddelde Nederlander te veel ruimte, energie of water verbruikt, en welke maatregelen - zoals woningdelingsregelingen, verplichte kamerverhuur of andere vormen van woonruimteverdeling - overweegt het kabinet om het aantal kamers per persoon terug te dringen van 2,1 naar het Europees gemiddelde van 1,7?
- Deelt u de mening van de indiener dat het tekort aan netcapaciteit niet was ontstaan als Nederland zijn eigen aardgasvoorraad niet vroegtijdig had afgebouwd, en wat zijn de totale kosten geweest van het dichtdraaien van de gaskraan in Groningen, inclusief de import van buitenlands gas en het ontmantelen en overdragen aan Oekraïne van ons gaspompsysteem?
- In hoeverre is het woningtekort direct te herleiden tot massale immigratie, gezien het feit dat de Nederlandse bevolking enkel nog kunstmatig groeit door migratie, en waarom kiest het kabinet voor grootschalige bijbouw in plaats van het aanpakken van deze oorzaak?
- Hoe verhoudt uw oproep tot “eenvoudiger leven” zich tot het feit dat de Nederlandse burger al tot de hoogst belaste ter wereld behoort, en erkent u dat de werkende middenklasse onevenredig hard wordt geraakt door de gecombineerde lasten van de woningcrisis, het klimaatbeleid en de kosten van immigratie?
- Welke klimaat- en stikstofregelgeving die woningbouw belemmert is het kabinet bereid op te schorten totdat het woningtekort is opgelost, en indien geen enkele: waarom weegt deze regelgeving zwaarder dan adequate huisvesting?
