Kan een rechter die ‘extreemrechts’ giftig noemt nog boven de partijen staan?

22 september 2026

4 minuten leestijd

Een rechter moet boven iedere politieke verdenking staan. Toch schreef een senior rechter uit Amsterdam in de Volkskrant over de “giftige boodschap” van extreemrechts, trok hij een vergelijking met de manier waarop Goebbels in 1933 de media bespeelde en suggereerde hij dat media minder aandacht zouden moeten besteden aan dergelijke politieke boodschappen.

Dat roept een fundamentele vraag op over de politieke neutraliteit van de rechterlijke macht. Rechters hebben vanzelfsprekend vrijheid van meningsuiting, maar bekleden tegelijkertijd een uitzonderlijke positie. Burgers die voor de rechter verschijnen moeten erop kunnen vertrouwen dat hun politieke overtuiging geen enkele rol speelt bij de beoordeling van hun zaak. Dat vertrouwen komt onder druk te staan wanneer rechters zich buiten de rechtszaal uitgesproken mengen in actuele politieke controverses en daarbij politieke stromingen in zulke zware bewoordingen veroordelen.

Deze vragen gaan daarom over de bijzondere verantwoordelijkheid die bij het ambt hoort. Wie als rechter over anderen moet oordelen, moet ook voorkomen dat redelijkerwijs de indruk kan ontstaan dat bepaalde politieke overtuigingen of groepen bij hem bij voorbaat in een kwaad daglicht staan.

De minister moet daarom duidelijk maken waar de grens ligt, welke regels hiervoor gelden en wat er gebeurt wanneer een rechter die zich publiekelijk zeer negatief over een politieke stroming heeft uitgelaten vervolgens recht moet spreken over mensen uit diezelfde politieke kring. Onafhankelijke rechtspraak vereist niet alleen dat de politiek zich buiten de rechtszaal houdt, maar ook dat de rechterlijke macht zelf voldoende politieke terughoudendheid betracht.

Schriftelijke vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de minister van Justitie en Veiligheid over publieke politieke uitlatingen van rechters

1. Bent u bekend met de ingezonden brief in de Volkskrant van Ronny van de Water, die volgens het openbare register werkzaam is als senior rechter in Amsterdam, waarin onder meer wordt gesproken over de “giftige boodschap” van extreemrechts, een vergelijking wordt gemaakt met de wijze waarop Goebbels in 1933 de media bespeelde en wordt gesuggereerd dat media minder aandacht zouden moeten besteden aan extreemrechtse politieke boodschappen?

2. Deelt u de opvatting dat voor het vertrouwen in de rechterlijke macht niet alleen van belang is dat rechters feitelijk onafhankelijk en onpartijdig oordelen, maar ook dat zij in hun publieke optreden voorkomen dat redelijkerwijs de schijn van politieke vooringenomenheid kan ontstaan?

3. Welke regels, gedragscodes en richtlijnen gelden momenteel voor rechters die zich buiten de rechtszaal publiekelijk uitlaten over actuele politieke partijen, politieke stromingen of maatschappelijke controverses?

4. Waar ligt volgens u de grens tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting die ook een rechter toekomt en anderzijds de bijzondere verantwoordelijkheid van een rechter om het vertrouwen in zijn politieke neutraliteit en onpartijdigheid te bewaken?

5. Acht u het verenigbaar met die bijzondere verantwoordelijkheid wanneer een zittend rechter een actuele politieke stroming publiekelijk omschrijft als “giftig”, deze in verband brengt met Goebbels en 1933 en er tegelijkertijd voor pleit dat media die politieke stroming minder ruimte geven? Zo ja, waarom? Zo nee, welke consequenties verbindt u daaraan in algemene zin?

6. Hoe wordt binnen de Rechtspraak omgegaan met situaties waarin een rechter zich eerder publiekelijk zeer negatief heeft uitgelaten over een politieke partij, politieke stroming of de aanhangers daarvan en vervolgens een zaak moet behandelen waarbij personen of organisaties uit die politieke kring partij zijn?

7. Kan een dergelijke publieke uitlating volgens de bestaande regels aanleiding geven tot verschoning van de rechter of tot een geslaagd wrakingsverzoek? Welke maatstaf wordt daarbij gehanteerd?

8. Wordt binnen de Rechtspraak bijgehouden hoe vaak publieke politieke uitlatingen van rechters aanleiding hebben gegeven tot verschoning, wraking, klachten of interne bespreking? Zo nee, acht u het wenselijk daar meer inzicht in te verkrijgen?

9. Bent u van mening dat de bestaande gedragsregels voldoende duidelijk zijn over politieke en partijpolitieke uitlatingen van zittende rechters, of ziet u aanleiding de Raad voor de rechtspraak te verzoeken deze normen nader te verduidelijken?

10. Deelt u de opvatting dat de rechterlijke onafhankelijkheid niet alleen bescherming tegen politieke beïnvloeding van buitenaf vereist, maar ook een zekere mate van politieke terughoudendheid van rechters zelf, juist omdat burgers erop moeten kunnen vertrouwen dat hun politieke overtuiging geen rol speelt wanneer zij voor een rechter verschijnen?